Atriumfibrilleren (boezemfibrilleren)

Atriumfibrilleren

Atriumfibrilleren (ook wel boezemfibrilleren genoemd) is de meest voorkomende hartritmestoornis. Bij atriumfibrilleren is er een heel snel en onregelmatig hartritme in de beide boezems van het hart. Hierbij bewegen elektrische impulsen zich snel en kriskras door elkaar. De elektrische prikkel in de boezems is meer een chaotische trilling dan een reeks impulsen. Hierdoor trekken de boezems niet meer goed samen. De AV-knoop laat bij atriumfibrilleren slechts een deel van de prikkels door naar de hartkamers. Die trekken daardoor te snel en onregelmatig samen.

Het atrium (boezem) is een deel van het hart. Het hart is een spier met daarin 4 holtes. De bovenste twee holtes noemen we boezems (atria) en de onderste twee holtes noemen we kamers (ventrikels). Het bloed stroomt het hart in via de boezems, gaat naar de kamers en wordt dan weer het lichaam in gepompt. Dit proces gaat volgens een bepaald ritme. Dit wordt het hartritme genoemd. In rust ligt het aantal slagen meestal tussen 60 en 100. Bij inspanning wordt het aantal slagen per minuut hoger, bij rust wordt het lager. Tijdens het slapen kan de hartslag zelfs dalen naar 40. Zie de uitgebreide uitleg over het hartritme.

Bij atriumfibrilleren is dit proces dus verstoord. Het hart slaat onregelmatig en meestal ook sneller. Zonder inspanning vaak meer dan 100 slagen per minuut. Niet iedereen met atriumfibrilleren heeft er ook last van, maar het kan zeer vervelend zijn en vervelende consequenties hebben tot een herseninfarct of hartfalen aan toe.

Atriumfibrilleren kan aanvalsgewijs optreden maar het kan ook continu aanwezig zijn.

Lees verder over het stellen van de diagnose atriumfibrilleren.

(advertenties)
Print deze pagina uit Print deze pagina
Voeg Atriumfibrilleren.nl toe aan je favorieten! Favorieten
(advertenties)